In De Volkskrant van 4 augustus 1961 verschijnt een artikel over de ambitieuze plannen van de gemeente voor het dorpscentrum. Op een grote, nog volledig lege vlakte – de toekomstige markt, later het Raadhuisplein – wordt gemeentelijk ambtenaar A. Peters geïnterviewd.
‘Kom hier over twee jaar nog eens kijken,’ zegt hij terwijl hij over het terrein uitkijkt. ‘Dan staan hier een winkelcentrum, een gemeentehuis, een gemeenschapshuis én een toren – zomaar een toren – om aan te geven dat dit het centrum wordt van het nieuwe ontwikkelingsgebied aan de zuidrand van Noord-Limburg.’
Peters toont zich zichtbaar enthousiast over het toekomstige dorpshart. Volgens hem gaf de gemeenteraad destijds niet voor niets toestemming om een reeks panden uit het lint te slopen om ruimte te maken voor een open plein. Op de maquette wijst hij de plannen aan: winkels, een hotel, een gemeenschapshuis en een markante toren die samen het nieuwe centrum van het oude dorp moeten vormen, een plek waar de groeiende industrie nieuw leven in zal blazen.
